Home

Welkom op Het Broeker-tijdpad

Onderweg beleeft u de geschiedenis aan hand van wat u ziet. Bijzonder is dat de route exact klopt met de tijdklok en het landschap. De wijzerplaat wijst ons het jaartal en de positie “uren + minuten zijn jaartallen”. Het verhaal begint bij de aanleg van de Langedijk in het jaar duizend (om 10.00 uur dus)

1010

Maar eerst even dit; In 2012 kwam toen nog Princes Maxima naar Langedijk om een expositie te openen. Daarna, in het gebouw van Veldzorg, zou ik in 10 minuten het Broeker-Tijdpad aan haar vertellen, maar dat liep anders. 10 minuten werd bijna drie kwartier. Ze stelde doortastende vragen en nadat we het Broeker-Tijdpad hadden doorlopen, had ze nog één vraag…..

Wat was er vóór deze lange dijk werd aangelegd? Ik antwoordde; heeft u even? Dan ik begin met hoe het er hier 5000 jaar voor Christus uitzag.

Rechte tekst volgt het tijdpad en *cursief is extra toelichting

7000 jaar geleden was ons gebied een binnenzee “Het gat van Bergen” *Vergelijkbaar met zoals we de Waddenzee nu kennen.

Langzaam werd ons gebied van de zee afgesloten en ondieper. Door zware stormen en overstromingen werd sediment van zand en kleideeltjes aangevoerd. De duinenrij aan de kust werd gevormd door stroomverandering en opstuiving. Door plantengroei in drogere perioden, in combinatie met talrijke overstromingen, ontstond een dik pak veen. *Ook werd het water zoeter, dit kwam doordat de Overijsselse Vecht en IJssel nog uitmondde in zee.

*De Overijsselse Vecht mondde uit, waar nu de IJssel uitmondt in het Ketelmeer en stroomde verder in westelijke richting. Later, doordat ons gebied verveende stroomde de Overijsselse Vecht en IJssel in noordelijke richting en vormde zich de Zuiderzee (nu het IJsselmeer)
Op dit kaartje is te zien dat er duinen zijn ontstaan en dat ons gebied bedekt is met veen. Tussen de Waddeneilanden zijn stroomgeulen te zien waardoor het water van de Overijsselse vecht en IJssel zich een nieuwe weg naar zee baande.

Rond het jaar 500 is het Geestmerambacht en omgeving bedekt met een veenpakket van ongeveer 3 meter dik. Dit veenpakket kwam tot boven de zeespiegel. Het waterde vanzelf af in de “Rekere”, een getijde stroompje, dat uitmondde in de Zijpe (bij Zijpersluis).

*Een getijde stroompje is een riviertje dat bij hoogwater op zee, landinwaarts stroomt, en bij laagwater zeewaarts. *De Rekere is in 1824 onderdeel geworden van het Noord-Hollands kanaal, bij Koedijk is dat goed te zien aan de slingerende ligging, daar werd de bedding van de Rekere gekanaliseerd. *De Zijpe was het laatste deel van wat ooit, de hierboven beschreven binnenzee was. *De Zijpe werd rond 1570 bedijkt en met molens drooggemalen. *De Hondsbossche Zeewering tussen Camperduin en Petten is feitelijk de laatste afsluiting van het zeegat dat het ooit was. *Vronen (Sint Pancras) ligt wat hoger, op een oude strandwal.

De Rekere was belangrijk voor de afwatering van het Geestmerambacht (Geest-manner-ambacht)

Nadat bewoners zich vestigden in het slecht toegankelijke, nat en drassige Geestmerambacht, begon men met het graven van greppels en slootjes. Dit om een betere afwatering te bewerkstelligen. Dat graven had twee belangrijke bijverschijnselen. Ten eerste het indrogen en krimpen van het veen. Ten tweede kwam er zuurstof bij waardoor oxidatie van het veen optrad. *oxidatie is verrotting van het plantaardige materiaal waaruit het veen bestaat, feitelijk is oxidatie een vorm van verbranding. Gevolg was dat de bodem met een paar millimeter per jaar daalde. Die daling maakte dat er uiteindelijk dijken moesten worden aangelegd.

*Door het steeds baggeren werden de sloten breder en de eilanden hoger. Het percentage opgebaggerde veen verging snel en het sediment van zand en kleideeltjes bleef achter, als vruchtbare laag.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is richting-sloten.jpg
Op dit kaartje zien we dat de richting van de sloten vrijwel allemaal oost-west liepen, ze liepen richting de Rekere en aan de andere kant de Grote Waert (Heerhugowaard). De Zomersloot en Winterweg liepen noord-zuid en de Brugsloot liep langs de Langedijk. *later werd deze sloot Voorburggracht genoemd. *In de volksmond sprak men over de Voorslôôt en de Achterslôôt
*Winterweg was ook een sloot, maar die werd `s winters veel gebuikt om per slee naar het land te gaan, vroor snel dicht, lag luwer, vandaar Winterweg
Op deze unieke foto is te zien hoe men te werk ging bij het graven van een sloot. Men begon met een greppel tussen twee dammen. Vervolgens in rijen breder en dieper. Als de sloot op diepte was stak men de dammen door en stroomde de sloot vol.

Met het graven van sloten ontstond een uniek vaarlandschap

Tussen het labyrint van slootjes, 15700 eilandjes

*Het eerste vaartuig dat voorkwam was de Boeier (Sint Pancras en Warmenhuizen) Dit was een houten schuitje met smalle bodem, schuin boord en een boeisel. Qua vorm goed passend in de smalle slootjes. *Schuiten werden oorspronkelijk kloetend, druilend en later ook zeilend voortbewogen.*Kloeten is het voortduwen terwijl men zelf in de schuit staat, met een lange stok (de kloet) met boven een handvat (de helt) en aan de onderkant een hak (de flint) om te voorkomen dat de kloet in de bodem dringt *Druilen is het voortduwen vanaf de wal, tegen een dwars geschoorde stok, geklemd tussen de spanten van de schuit of geschoven door een met leer beklede lus “druiloorDit vooral in doodlopende dwarsslootjes (lient of wik) als de schuit beladen was.

*in oude werfboeken komen de maten voor van het “kleine Boeierke”, slechts 4.20 bij 1.10 meter
Op dit kaartje de vele werfjes die `t Ambacht telde. *Onderdelen, werktuigen en gegevens zijn te zien op Vaders Museale Schuitenhelling.
De schuitenhelling te Warmhuizen lag ook werkelijk tegen een helling, de helling van terp de Krankhoorn. Deze helling lag er sinds mensenheugenis. Op deze foto uit 1899 zien we de meest voorkomende houten vaartuigen van dat moment. Van links naar rechts; een kloetschuitje, een hele praam, een boeierschuitje, een roeischuitje, een driekwart (of baggerpraam), een klein zeilschuitje en hangend in de hellingbok een nog nieuwe veepraam.
Een kijkje in de werkplaats van bovenstaande helling. Links wordt een eikenhouten boordplank met brandend riet rond gebrand, gevormd volgens een mal. Midden, wordt de vorm al herkenbaar en rechts wordt een dergelijk schuitje onderhouden, gebreeuwd. *Linksboven de in 1880 gebouwde Balschaar om ijzer te knippen, te zien op de museale schuitenhelling, samen met bouwmallen en gereedschappen.

Het Geestmerambacht werd bedijkt, door de Koedijk >Rekerdijk >Schoorldam >Krabbendam> Westfriesedijk > Bij Sint Maarten omlaag via de Groenedijk naar de Oosterdijk Dirkshorn> Ambachtsdijk, aansluitend op de Langendijk (anno 1000) en Oosterdijk (anno 1300) en zuidelijk van Langendijk tot Oudorp door de Oosterdijk. *een oudere noordelijke dijk is de Kalverdijk, die via Stroet aansloot op de oude Westfriesedijk

Onderstaand kaartje geeft behalve de grondsoorten ook een beeld van de bewoonde gedeelten. Sint Pancras was al vroeg bewoond, rond 600, gelegen op een oude strandwal die later, rond 1000, aansloot op de Langen-dijk. Ook Warmenhuizen dat ook hoger gelegen is, had al vroeg bewoning. *Radbout II stigte het dorp Warmenhuijsen in 745“Huijsen op terpen”. *Terpen opgeworpen uit klei en zeewier (war)

Hier ziet u dat het Geestmerambacht uit meerdere grondsoorten bestaat. Het Oosterdel bestaat uit OPGEBAGGERDE VEENWOUDGRONDEN

Nú het Broeker-tijdpad

Tot nu toe hebben we het gehad over het Geestmerambacht, ten westen van Langedijk.

Toen de Langedijk in het jaar 1000 werd aangelegd, werd het Oosterdel bij Broek op Langedijk “buitendijks gebied” dat lag ingeklemd tussen de Lange-dijk en het water van de Grote Waert (of Waerdt)

*We gaan verder alsof we een wandeling maken rond het Oosterdel, via de dammen aan de noordzijde, vervolgens de Oosterdijk, Sluiskade, Spieringbuurt en Dorpsstraat.

* Het tijdpad kan ook per boot ervaren worden. Ga dan met uw boot midden op het Oosterdel liggen, met voor u een kompas en de wijzerplaat van een klok. Draai met de tijdklok mee, volg het verhaal en kijk. (vergunning van Stichting Veldzorg Oosterdel nodig)

Het startpunt van deze wandeling door de tijd is een hoge kippenbrug die over de vaargeul gaat. Op de brug genieten we van het prachtige uitzicht. We komen op een smal schelpenpaadje dat ligt over de al aanwezige dammetjes. Het landschap verandert mee met hoe het er in de geschiedenis uitzag.
ANNO 1000, aanleg van de Langedijk. Het gebied wordt beter tegen overstromingen beschermd, langs de lange dijk vestigen zich mensen, er ontstaat lintbebouwing. Bewoners gaan het land bewerken, in eerste instantie westelijk gericht. *De Langedijk verbindt Vrone (Sint Pancras) en Oldkerspel (oude kapel, Oudkarspel) met elkaar.
ANNO 1100, het Oosterdel is in die tijd nog buitendijks gebied (broekland) en valt nog regelmatig ten prooi aan het water van De grote Waerdt. *Broekland is laaggelegen drassig land dat regelmatig overstroomt
moerasachtige ruigte
Anno 1200 Stormvloeden teisteren Noord-Holland met zware overstromingen. In 1248 brak de Schagerdam door (*de oude West-Friese-dijk). Gevolg was dat De Waerdt in directe verbinding kwam te staan met het zeewater. Het Schagerwiel ontstond en grote stukken veen aan de oevers van De Waerdt sloegen los door de golven. De Waerdt werd groter en een ernstige bedreiging voor de oostkant van Langedijk en andere plaatsen.
*Een wiel is een meertje naast een dijk, ontstaan tijdens een dijkdoorbraak waardoor een diep gat uitspoelde door het binnenkolkende water
ANNO 1300 wordt de Oosterdijk aangelegd als oostelijke waterkering, ter bescherming tegen het water van De Waerdt. Nadat het gebied is ingedijkt wordt het droger en komt er meer structuur in het landschap.
Zoals ANNO 1400, staat in de noordoost hoek van het Oosterdel nog steeds veel begroeiing zoals wilgen en riet. De Oosterdijk, een veendijkje, moet al drastisch verbeterd worden om het water voldoende te keren. Afwatering van het gebied geschiet door nog verdamping en wegzakken van het water, dit gaat echter steeds moeizamer. Ook EBsluisjes worden gebruikt. *een EBsluisje is een schuif in dijk of sloot, die bij laagwater wordt opengezet, en bij hoogwater wordt gesloten. Zodat het overtollige water vanzelf kan wegstromen.
Rond 1500 werden ook in het Oosterdel greppels en sloten en gegraven. Het land klinkt steeds verder in.
In het gebied wordt kleinvee gehouden

ANNO 1535, vanwege verdere bodemdaling worden vier watermolens geplaatst die voor de waterhuishouding moeten gaan zorgen.
Molen D (Zwaantje) staat op de juiste plaats langs het tijdpad, op 15.35 zien we de molen staan. *Deze molen stond oorspronkelijk meer noordelijk en is na een brand door bliksem in 1867, in 1868 op de huidige plaats herbouwd. Zie de afbeelding hieronder. Breng voor meer informatie over molens een bezoek aan de Twuyver molen
*Er was ook veel visserij, logisch met al dat water. In Broeck had men de Spiering-buyert, een handelsplek/buurtschap voor zowel binnenvissers, als vissers die op De Groote Waert visten

*Broek op Langedijk hield tot 1929 (inpoldering Wieringermeer en komst afsluitdijk) een kleine vissersvloot. Vrachtschepen gingen in “de stille tijd” naar Kolhorn voor de Ansjo-visvangst. Langedijker vissers hadden zelfs een eigen visserijnummer, BOL 1 enz. *De stille tijd was, als er geen aanvoer van groeten was bij de veiling *Tijdens de visvangst woonde de schippersfamilie in het ruim van hun schip en viste met een jol

ANNO 1630 De Waerdt wordt drooggemalen met om deze polder een boezemwater (nu het kanaal Alkmaar-Kolhorn). Veeteelt is naast tuinbouw en visserij een belangrijke bron van inkomsten. *In de Heerhugowaard polder komt de tuinbouw moeizaam van de grond, de bodem is nog veel te zout door het zeewater. Pas na jaren gaat het beter. Breng voor meer informatie over de inpoldering een bezoek aan het Poldermuseum
We staan nu op het tijdpad in de Broekerhoek, op 16.30 uur en precies hier was ook de eerste verbinding met de nieuwe polder. Er was een pontje met laad en losplaats voor producten uit de Heerhugowaard polder. *Als we naar de overkant kijken, is dat de plaats waar later een bijzonder spoorlijntje liep. Een particulier spoorlijntje, Het lijntje van Swager, aangelegd in 1879, waar de kool, ook vanuit Broek, geladen werd voor export *Later, in 1902 kreeg Broek zelf ook een spoorlijn, in het Zuiderdel
Bloemkool laden in de Broekerhoek
ANNO 1713  een uitbraak van veepest maakt een voorlopig einde aan de veeteelt op grasakkers, vanaf die tijd worden meer eilanden in cultuur gebracht voor tuinbouw en het gebied bloeide weer langzaam op. Met de groei kwam er ook meer economie en handel, doch de bereikbaarheid was slecht. Vervoer over de weg was er nog nauwelijks en vaartuigen moesten per overhaal over de dijk gesleept worden.
Rechtsboven een schilderij van Klaas ten Bruggencate, met zoals de overhaal aan de Spieringbuurt (Havenplein) er uitzag. Hij wist dit uit overlevering en beelden uit zijn jeugd. Na uitvoerige bestudering blijken alle details precies te kloppen. *Klaas maakte dit schilderij nadat ik hem vroeg of hij wist hoe dit vroeger was geweest. Het schilderij heeft hij mij geschonken.
ANNO 1769 maakte de komst van een sluis het voor grotere schepen mogelijk het dorp te bereiken. Zeil en trekschuiten zorgden voor regelmatige af en aanvoer van groenten en goederen. Mede hierdoor werd de economie sterker en ook ambachtslieden profiteerden mee. Havenwerkers, sjouwers, schuitenmakers, metselaars en timmerlui bouwden mee aan het dorp Broek op Langendijk. *Sinds 1818 kwam er een Tjalk voor op het gemeente wapen van Broek op Langendijk, dit wapen werd opgeheven in 1941, toen werden de dorpen aan de lange dijk samengevoegd tot een gemeente.
*Met de komst van sluizen ontstond het Lange(n)dijker scheepstype, gebouwd naar de maten van de sluizen *De breedte van Lange(n)dijker schepen werd bepaald door de sluis “De Zes Wielen” gelegen in de Hoornsevaart te Alkmaar, 3.15 meter. De lengte naar de sluis van Broek op Lange(n)dijk, 13.60 meter. *In 1882 werd de sluis in Broeck verlengd door er een kolk aan te bouwen. De sluis kreeg toen, net als de huidige sluis, een dubbele kolk zodat er meerdere schepen en schuiten tegelijk geschut konden worden. * Ook de sluis in Alkmaar werd een paar keer verlengd, de eerste keer in 1919 en in 1921 nogmaals. *LANGENDIJKERS veranderden in de loop der tijd, tot 1890 voornamelijk houten tjalken (damschuiten), tot 1904 ijzeren kof-tjalken, daarna ook platkopaakjes en na 1921 langere schepen, rond 20 meter, zoals De Westfries, gebouwd als motorschip. *Veel ijzeren schepen, gebouwd voor en rond 1900 werden, toen de sluizen groter en langer werden, verlengd en van een motor voorzien

* Een belangrijk historisch feit dat niet onvermeld mag blijven was de grote brand van april 1793, te Broek op Langedijk, ongeveer 25 huizen en de school gingen op in de vlammen

ANNO 1900 de eerste groenteveiling, een vaarveiling, in 1897 begonnen toen de bloemkoolteelt een belangrijke rol speelde.
Breng voor meer informatie over tuinbouw een bezoek aan Museum Broeker Veiling
Op 19.11 (uur) de exacte plek, van voor en na de verplaatsing *Alle schuitjes uit Heerhugowaard moesten door de (oude) sluis van Broek op Langedijk naar de veiling *1911 was een topjaar, nooit werd er zoveel geld verdiend. Kijk maar eens naar het bouwjaar van mooie panden in Langedijk of bijvoorbeeld het afmijnlokaal van de veiling, in Jugendstil, gebouwd in 1912. *De overhaal is vanwege de kanalisatie in 1937 verplaatst, dit mede omdat de dijk verhoogd moest worden en er een nieuwe brug kwam. *Voordat de Broekerbrug er kwam, was er een particuliere tol-brug *Fundamenten van de overhaal zijn nog zichtbaar en worden nu als trailerhelling gebruikt
*De Klaas van der Molen brug, was de eerste brugverbinding tussen Heerhugowaard en Broek op Langedijk, genoemd naar de eigenaar. *De brug lag tussen de Polderweg (nu Prins Hendrikkade) en de Westdijk *Na de dijkverhoging/kanalisatie werd de Broeker of Groenebrug gebouwd.
ANNO 1940 (op 19.40 uur) de nieuwe sluis van Broek op Langedijk, groter dan zijn voorganger uit 1769. De sluis werd in 1941 geopend. Gebouwd in het kader van het West-Fries kanalenplan.
*Het West-Fries kanalenplan beoogde betere vaarverbindingen met minder niveauverschillen, hierdoor kon het knelpunt, de sluis van de Zeswielen te Alkmaar vervallen. *Schepen die naar Langedijk kwamen waren niet langer gebonden aan de maximale breedte van 3.14 meter.
Hier het plan voor de nieuwe sluis. *Inzet: hier werden de onderdelen voor de huidige sluis gemaakt (locatie schuitenhelling). Op de foto ligt een sluisdeur op schragen. Links daarvan de werkplaats met daarvoor een staartbankschroef en slijpsteen. Alles werd ter plaatse gemaakt. *Als de deur klaar was werd hij over zware balken naar zijn plaats gerold en daar met een tweepoot-bok in-gehesen.
sterk staaltje….
Al voor WOII waren er plannen voor een ruilverkaveling, een gevoelig onderwerp voor inwoners en grondeigenaren. Doel, herindeling en schaalvergroting voor land en tuinbouw maar ook bevolkingsgroei speelde mee. In proefpolders was al bekeken of verkavelen aan de verwachtingen voldeed. In 1960 was het zover dat vrijwel iedereen van de (noodzaak) doordrongen was en in 1964 werd definitief besloten de ruilverkaveling realiseren. In 1968 ging het daadwerkelijk van start. Van vaarpolder naar rijpolder. Sloten werden gedempt en de karakteristieke scheepshellingen verdwenen.
De museale schuitenhelling bevat een collectie, opgebouwd tussen 1960 en 2000, vanuit 24 werfjes (synchroon met het tijdpad)

Verkaveling

1 De zandzuiger haalde zand uit de bodem waardoor een groot meer ontstond (het Geestmerambacht-recreatiemeer) 2 Met het zand, gemengd met water, werden alle sloten gedempt. 3 Nieuwe strakke kavels werden aangelegd en gedraineerd. 4 Geasfalteerde rijwegen in plaats van vaarwegen.

*ruilverkaveling is het ruilen van versnipperde stukjes land, waardoor grondeigenaren, een ander aaneengesloten stuk land krijgen. *Verkavelingscommissies waren belast met onderhandelingen en huisbezoeken bij tuinders *Soms waren goede stukjes akkerland al generaties in een familie en moesten geruild worden tegen “slecht land van een vijand” *Dit proces heeft vele slapeloze nachten, bloed, zweet en tranen gekost.

De ruilverkaveling werd verdeeld over jaarblokken uitgevoerd.
*Een onderbelichte reden voor de ruiverkaveling was de volkshygiëne. Alle huizen hadden een pleetje aan de slootkant. Tegelijkertijd deed men de was in hetzelfde water. *Voordat de sloten werden gedempt, werd op de bodem een rioolstelsel aangelegd.
*Na de verkaveling worden op de eilanden ten oosten van Langedijk in Noord en Zuid-Scharwoude woningen gebouwd *In 1995 wordt Langedijk Waterrijk opgericht met als belangrijkste doel de doorvaarbaarheid te herstellen en dammen te vervangen voor bruggen. Zelfs nieuwe wijken zijn nu doorvaarbaar gemaakt door hun initiatieven *Ook worden door Langedijk Waterrijk prachtige evenementen georganiseerd en het varend erfgoed behouden.
*Vanaf 1981 is het Oosterdel in handen van Staatbosbeheer *Er zijn nog wat traditionele tuinders die het gebied bijhouden, maar langzaam slaat verpaupering toe. *Betrokkenen maken zich zorgen en richten in overleg met Staatsbosbeheer een mandaadgroep op
Poster op basis van de ideeën
Op 21.00 staat het gebouw van Stichting Veldzorg Oosterdel, gericht op de toekomst

Het Oosterdel is als enige stukje gespaard gebleven uit de grote grijpers van de ruilverkaveling. 250 eilandjes, akkertjes voor natuur, cultuur en kleinschalige recreatie. In 2005 wordt de stichting Veldzorg Oosterdel opgericht. Veldzorg draagt zorg voor verantwoord behoud en beheer, gericht op een veilige toekomst van dit unieke gebied.

Ook gericht op de toekomst is het project Langedijk Ontwikkelt Met Water

Zie ook de in 2001 gemaakte film

Breng voor nog meer informatie een bezoek aan Vaders Museale Schuitenhelling en/of maak deze tijdreis met `t Kofschip

musealehelling@hotmail.com 06-16261914

Bronnen, in willekeurige volgorde,

  • Dhr. J.E. Goelema; Schrijver Waterschapskroniek Groot-Geestmerambacht
  • Dhr. W. Dekker; Historicus
  • Dhr. Bertus Potveer; Deskundige houten schuiten-bouw (geb. 1893)
  • Dhr. J.W. Goedhart; Directeur Waterschap Groot-Geestmerambacht
  • Dhr. Ger Kalverdijk; Historicus, initiatiefnemer en bestuurslid stichting COOG, tevens bestuurslid RAG
  • Dhr. Thijs Dekker; Voorzitter veiling Warmenhuizen. Lid ruilverkavelingscommissie en Stichting COOG.
  • Dhr. C. Dekker
  • Dhr. Kuijper; Scheepsbouwhistorie Nederland
  • Dhr. J. Westra; Archeoloog
  • Regionaal Archief
  • Maritiem museum Rotterdam (archief scheepswerf Boot Leiderdorp)
  • Dhr. Siemon Obdam; Deskundige staalbouw, algemene historie Schoorl en omgeving.
  • Dhr. Jaap van der Ham; Loonwerker en lid ruilverkavelingscommissie Sint Pancras
  • Dhr. Cor van Schoorl; Nautisch-historicus/schrijver
  • Dhr. Frits Boerwinkel; Deskundige Landschap Noord Holland
  • Dhr. J. Smit; Plukken en zouten
  • Dhr. Hendrikx
  • Dhr. De Cock
  • Dhr. Beenakker
  • Dhr. Borger
  • Dhr. Gottschalk
  • Dhr. De Geus
  • Dhr. Jan Wijn; Stichting Langedijker Verleden
  • Dhr. Entius
  • Dhr. Kooiman
  • Dhr. Henk Heman; Deskundige lokale historie, smid, landbouw-mechanisatie en poldermolens.
  • Natuurmuseum Westflinge
  • Waterschap Groot-Geestmerambacht (HHNK)
  • Dhr. Volkert J. Nobel; Schrijver
  • Dhr. K.R. ten Bruggencate; Als bewoner van zowel de oude als de nieuwe sluis, handelaar in scheepsbenodigdheden en olie producten, tevens bestuurslid Stichting Langedijker Verleden
  • Dhr. Siem Wognum; Tuinder en historicus Sint Pancras
  • Historische vereniging Sint Pancras
  • Dhr. Arie de Boer; Natuurmuseum museum WestFlinge
  • Dhr. Jan Jaspers; Amateur historicus
  • Kroniek van Schagen
  • Nicolaas Witsen “Scheepbouw en bestier” (1671)
  • Dhr. Ed Straatman; Deskundige industrieel erfgoed
  • Dhr. F. J. Beemsterboer; Schrijver/historicus
  • Dhr. Bram Leegwater; Keurmeester, deskundige tuinbouw en schrijver Langedijker geschiedenis.
  • West-Fries genootschap
  • Langedijker Verleden
  • Dhr. J.P. Vader; Inspirator, fotograaf en forser lokale historie.
  • Dhr. Jan Piet Beemsterboer; Directeur JPB, deskundige land en tuinbouw/geschiedenis
  • Historische vereniging Geestmerambacht
  • En vele anderen, die in der loop der jaren aan kennis hebben bijgedragen!
Op deze plek, Dorpsstraat 96, staat nu het woonhuis van zorgtuinderij Oosterheem. Daarachter hun werkplaats op 84a en daarachter het gebouw van Veldzorg op 86.

Bij het afscheid van Maxima wist zij het al zeker “misschien een kwestie van tijd, maar dat tijdpad komt er”

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag